Zelfvoorzienend in veevoeder

La Ferme Goffinet kweekt raszuivere Limousins voor vleesproductie. Quentin nam in 2004 een niet-biologische Limousinkwekerij over van zijn vader en schakelde meteen over op biologische methodes. Met de jaren is hij voor 99% onafhankelijk geworden van externe voederproductie.

“Een zuiver perceel, dat is wat je nodig hebt. En niets is beter dan grasland om de grond zuiver te houden.”

Korte beschrijving van boerderij en landbouwer

Grootte

130 ha, waarvan:

  • 11 ha aardappelproductie
  • 35 ha graanproductie
  • 84 ha grasland

Productie

Biologische veeteelt met 250 Limousin-runderen voor de vleesproductie. De boerderij van Quentin Goffinet is voor 99% zelfvoorzienend in veevoeder. Voor de productie van dat voeder (graan en peulvruchten) is 15 ha nodig. Daarnaast is 11 ha voorzien om pootaardappelen te kweken (5 verschillende variëteiten), die op contract met de zaadverdeler worden geproduceerd. Aardappelen die niet geschikt zijn voor reproductie worden op de boerderij verkocht aan de kleinhandel.

Datum van oprichting

De boerderij van de Goffinets is al sinds generaties in handen van de familie. Quentin begon in 2004 toen hij 60 (niet-biologische) Limousinkoeien van zijn vader overnam. Vijf jaar later kwamen daar 24 biologische Limousinkoeien van een buurman bij. Hij schakelde onmiddellijk over op biologische landbouw, want het ras en de streek zijn daar heel geschikt voor. Hij wilde onafhankelijk zijn voor zijn veevoeder, vooral om de hoge kosten voor biologisch gecertificeerd voeder te vermijden. Hij begon met niet meer dan 40 ha (waarvan 8 ha voor graanproductie) en verwierf later nieuwe percelen grond in de buurt, waardoor hij zijn veestapel en zijn totale productie kon uitbreiden.

Aantal partners en werknemers

Quentin werkt alleen en krijgt af en toe hulp van zijn familie.

Korte omschrijving van agro-ecologische gebruiken

Quentin doet het volgende om het gebruik van pesticiden in zijn graan- en aardappeloogst te vermijden:

  • Hij bewerkt de bodem en wiedt het onkruid op mechanische wijze
  • Hij wisselt in de gewassen die hij teelt
  • Hij gebruikt Bordeauxse pap als preventieve maatregel (en in noodgevallen) voor de aardappelen

Technische informatie over agro-ecologische gebruiken

Voorbereiding van de grond

Het is van essentieel belang om onkruid volledig te vermijden. Quentin begint hiermee na de oogst en gebruikt de techniek van stoppelbewerking en de vals-zaaibedtechniek. Om te beginnen ploegt hij met een schijveneg om de resten van de oogst en mogelijk onkruid af te snijden. Dan ploegt hij nog eens met de tandeneg (met kraaienpoten), om:

  • enerzijds het onkruid te vernietigen, dat na de eerste ploegbeurt nog geworteld is
  • anderzijds de bodem los te maken en overblijvende onkruidzaden zal doen kiemen

Dit proces wordt twee tot drie keer per jaar herhaald en helpt Quentin om het onkruid uit te roeien (de hoeveelheid nieuw onkruid vermindert elke keer).

Mechanisch wieden

Om onkruid uit te roeien gebruikt Quentin een kettingeg: die brengt de wortels van het onkruid aan het oppervlak zodat ze uitdrogen in de zon. In percelen met aardappelplanten gebruikt Quentin vervolgens de aardappelaanaarder om de grond weer op hoopjes te leggen (en te vermijden dat de aardappelen bloot komen te liggen).

Wisselteelt

Voor aardappelen hanteert Quentin een rotatie van zeven jaar, volgens het volgende model:

  • eerste jaar: aardappelplanten
  • tweede en derde jaar: graan om te oogsten (spelt / triticale), mogelijk met tussenbouw
  • vierde jaar: grassen en eiwitgewassen bedoeld als kuilvoer (voor het vee); hiervoor gebruikt hij een relatief complex en resistent mengsel
  • vijfde (vanaf juli), zesde en zevende jaar: weiland (gras)

Voor graangewassen hanteert Quentin een rotatie van vijf jaar:

  • twee jaar graan
  • drie jaar weiland (gras)

Ziektebehandeling

De enige behandelingen die Quentin toepast zijn preventief, tegen meeldauw en bladluizen op de aardappelplanten. Voor meeldauw gebruikt hij Bordeauxse pap (koper en algen, +/- 5kg/ha) waar hij raapzaadolie aan toevoegt als er een risico van bladluizen bestaat (slechts één keer om de zeven jaar, behalve in noodgevallen). Als er wordt gewaarschuwd voor een uitbraak, past hij deze behandeling twee keer per week toe.

Financiële informatie over deze gebruiken

Vanuit financieel oogpunt heeft de volgende kosten voor deze agro-ecologische toepassingen:

Bordeauxse pap: € 160/ha – raapzaadolie: € 150/ha

Materiaal voor gewasbehandeling:

  • Aardappelaanaarder: € 300 (tweedehands gekocht)
  • Kettingeg: gedeeld met een naburige boer (€ 15.000 nieuw)
  • Stoppelploeg: € 12.000 op het moment van aankoop (nu € 18.000)
  • Sproeier

Sommige werktuigen deelt hij met een collega van een naburige boerderij.

Door te investeren in deze technieken zonder chemicaliën, kunnen boeren voor meer financiële zekerheid zorgen, doordat ze aanzienlijke bedragen voor chemische behandelingen kunnen uitsparen en in plaats daarvan kunnen investeren in langetermijnoplossingen (zoals wisselteelt) om de bodem gezond te houden en het onkruid te beperken.

 

Deel deze casestudie

Boerderij van Quentin Goffinet

Reculémont 4, 4960 Malmédy, België

Belangrijkste gegevens

  • 130 aantal hectaren
  • 250 Limousin-runderen
  • 2004 oprichting

Download deze casestudie